Promotieonderzoek Dewi Stalpers: Beperk het aantal kwaliteitsindicatoren en koppel scores op een goede manier terug

9 december 2016

promotie-dewi-stalpers-sept-2016-5982Dewi Stalpers onderzocht de effectiviteit en bruikbaarheid van kwaliteitsindicatoren voor verpleegkundige zorg in ziekenhuizen, toegespitst op de IC-zorg. ‘Het invullen van lijsten kost tijd, dus het is noodzakelijk dat het invullen meerwaarde heeft en dat verpleegkundige dit ook ervaren. Dat kan door het aantal indicatoren beperkt te houden en de scores goed terug te koppelen aan verpleegkundigen. Belangrijk is om verpleegkundigen te laten zien op welke manier hun handelen effect heeft op de zorguitkomsten voor patiënten.’

Stalpers werkt als IC-verpleegkundige in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en daarnaast sinds zomer 2016 als projectmedewerker functiedifferentiatie bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Eerder dit jaar promoveerde ze aan de Universiteit van Utrecht op ‘Effective Excellence in nursing – Bridging the gap between measurement of quality of nursing care and clinical reality’. Het verbinden van kwaliteitsindicatoren en de dagelijkse klinische praktijk dus. Voor IC-zorg gaat het met name om screeningsindicatoren wat betreft decubitus (doorligwonden), pijn, ondervoeding, en delier (acute verwardheid). Voor het onderzoek verrichtte zij een literatuurstudie en vergeleek beschikbare data van alle 93 Nederlandse ziekenhuizen. Het praktijkonderzoek vond plaats op de IC-afdelingen van drie Santeon ziekenhuizen en is officieel ook erkend als een Santeon studie. Stalpers: ’De keuze voor de Santeon ziekenhuizen voor het onderzoek op de IC’s lag voor mij voor de hand. Onze ziekenhuizen hebben al een goede samenwerking en het zijn vergelijkbare ziekenhuizen. Daardoor kon ik vlot vergelijkbare data verzamelen in de verschillende ziekenhuizen. Voor dit onderdeel van het onderzoek ben ik in totaal 6 maanden op de IC-afdelingen van drie Santeon ziekenhuizen aanwezig geweest. De resultaten van mijn onderzoek heb ik gepresenteerd aan de verpleegkundigen van de drie Santeon IC’s Daarnaast heb ik een presentatie verzorgd voor de afdelingshoofden van alle zes IC’s, zodat alle zes de aanbevelingen kunnen gebruiken. Twee belangrijke conclusies volgen uit mijn onderzoek: De bestaande indicatorenset van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voldoet uitstekend om de zorgkwaliteit te meten. Daarnaast blijken de scores op deze indicatoren samen te hangen met de kwaliteit van de werkomgeving van de verpleegkundigen. Met name als vakbekwaamheid, autonomie, voldoende personeel en goede teamsamenstelling goed zijn geborgd, dan zijn de scores op de kwaliteitsindicatoren ook goed en zijn verpleegkundigen ook tevredener. Waar de één het gevoel heeft dat de checklijstjes alleen tijdrovend zijn en demotiverend werken, is de ander zich ervan bewust dat het een onderdeel van het verpleegkundig proces is en dat het screenen van risico’s gevolgen heeft voor het verdere verpleegkundige handelen. Als we de zorg op een hoger plan willen brengen, dan is het verstandig om zowel te sturen op het verbeteren van de werkomgeving, als op een efficiëntere inzet van zorgprofessionals, bijvoorbeeld door functiedifferentiatie. Daar buig ik mij nu over in mijn functie bij de NVZ.’

Share