In gesprek met KWF over de effectiviteit van medicijnen in de praktijk

Christine Cramer & Ewoudt van de Garde zijn door KWF geïnterviewd over de effectiviteit van geneesmiddelen voor patiënten met uitgezaaide longkanker in de praktijk.

​De weg die een nieuw geneesmiddel aflegt is lang. Er zitten vele jaren tussen het eerste ‘eureka-moment’ in het laboratorium en de uiteindelijke toepassing in het ziekenhuis. Wat er tijdens die jaren gebeurt? Onderzoek, onderzoek en nog eens onderzoek, om er zeker van te zijn dat het nieuwe geneesmiddel effectief én veilig voor de patiënt is.  Maar als een medicijn dan eenmaal verkrijgbaar is, is het onderzoek ernaar dan af? Niet als het aan Christine Cramer en Ewoudt van de Garde ligt. Binnen de ziekenhuisgroep Santeon onderzoeken zij hoe medicijnen presteren wanneer ze eenmaal op de markt zijn. Een ‘fase 4-studie’ heet zo’n evaluerend onderzoek.

Verschil tussen studie en praktijk

Uit hun recent gepubliceerde door KWF gefinancierde fase 4-studie blijkt dat de overleving van longkankerpatiënten na chemotherapie bijna een kwart korter is in de dagelijkse praktijk dan eerder werd behaald bij de patiëntenstudies die eraan vooraf gingen. Een resultaat dat vragen oproept, die de onderzoekers graag beantwoorden.
Christine Cramer werkt als promovendus op het onderzoek. Ze begint met de hamvraag: waar komt dit verschil toch vandaan? “We wisten dat patiënten met uitgezaaide longkanker in klinische studies vaak relatief fit zijn en weinig andere ziekten hebben. In de dagelijkse praktijk worden veel meer verschillende patiënten behandeld. Daarom wilden we in een grote groep patiënten vaststellen wat die middelen nou daadwerkelijk in deze dagelijkse praktijk doen. We hadden wel verwacht dat er een verschil zou zijn, maar we wisten niet in welke mate.”

Dat roept de vraag op in hoeverre er niet iets fundamenteel fout zit in klinische studies. Vormen de patiënten in trials wel een representatieve groep? Cramer wil niet met een beschuldigende vinger wijzen: “De trials zijn nodig om de werkzaamheid en veiligheid aan te tonen en dan is een gelijke groep patiënten handig. Maar je weet dan nog niet in welke mate het werkt bij allerlei verschillende patiënten. Daarom is die praktijkevaluatie zo belangrijk, dat gebeurt eigenlijk te weinig.” Ik zie dat nieuwe veelbelovende therapieën met steeds minder bewijs worden toegestaan.

Dr. Ewoudt van de Garde, ziekenhuisapotheker in het St. Antonius Ziekenhuis, vult aan: “Medicijnfabrikanten zien ook steeds meer in dat zij zich na toelating op de markt moeten blijven inspannen om aan te tonen wat hun middel toevoegt aan de prognose van de patiënt. Het is dus niet ‘of/of’, maar ‘en/en’. Klinische trials en effectiviteitsstudies versterken elkaar. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we nieuwe behandelingen blijvend moeten evalueren.”

Het voordeel van samenwerken

Het idee voor deze studie komt dan ook uit zijn koker. “Als ziekenhuisapotheker ben ik een fan van geneesmiddelen. Ik zie geneesmiddelen heel belangrijke effecten hebben voor patiënten. Maar ik zie ook dat nieuwe veelbelovende therapieën met steeds minder bewijs worden toegestaan voor toepassing onder het mom ‘hoe eerder mensen kunnen profiteren, hoe beter’. Dat is positief, maar hoe zeker zijn we over de effecten in de dagelijkse praktijk bij al die verschillende patiënten? Santeon is een unieke plek om dat goed uit te zoeken.”

Santeon is een samenwerkingsverband tussen 7 ziekenhuizen en dat geeft Van de Garde veel mogelijkheden: “We hebben hier misschien geen groot lab om nieuwe moleculen te bedenken voor de bestrijding van kanker, maar we behandelen in al deze ziekenhuizen samen wel heel veel patiënten. Om statistisch onderbouwde uitspraken te kunnen doen, heb je grote groepen patiënten nodig. We hebben hier binnen Santeon een database opgezet met alle voorgeschreven medicijnen vanaf 2010 en die wordt wekelijks aangevuld. Voor ons longkankeronderzoek hadden we zo de beschikking over gegevens van bijna 3000 patiënten met uitgezaaide longkanker”.

Behandeling op maat

Met de gegevens uit deze database werkt Cramer nu aan een bijzondere tool. Een programma dat patiënten informeert over behaalde resultaten in de dagelijkse praktijk. ” Met de tool kunnen we straks aan een patiënt laten zien hoe het bij vergelijkbare patiënten heeft gewerkt. Ons project duurt nog 1,5 jaar. In die tijd gaan we de tool inzetten in de Santeon-ziekenhuizen.”
Net als geneesmiddelen wordt uiteindelijk ook de tool zelf netjes geëvalueerd: “We gaan uiteraard bepalen of de tool van toegevoegde waarde is, voor patiënten en specialisten”, besluit Cramer, die daarna hoopt te promoveren op deze studie: “Ik heb altijd wel het idee gehad dat ik wilde promoveren, maar dan alleen op iets dat echt heel concreet iets zegt voor de patiënt. Daar voldoet dit onderzoek perfect aan.”